Online advertising lexicon: het bos door de bomen

gepubliceerd door Stef Verbeeck op 26 November 2008 - 0 reacties

Online advertising wordt alsmaar belangrijker in de hedendaagse marketingstrategiën. Niet alleen de grote merken wagen zich nog aan het plaatsen van banners en popups zoals in de jaren ’90, elke KMO of organisatie kan zich tegenwoordig veroorloven om een ongelooflijk groot en verscheiden publiek te bereiken. Recente studies tonen aan dat het aandeel van online media steeds groter wordt ten opzichte van traditionele media als print, radio en tv. Of zoals een klant van ons dit vorige week nog tegen mij zei: “Jongeren lezen bijvoorbeeld al geen kranten meer, dus die kan je gewoon alleen nog via internet bereiken”.

Met die wetenschap in het achterhoofd wordt het moeilijk voor merken en marketeers om de online markt links te laten liggen. Maar aan de andere kant is het internet een vrij recent reclame-universum, met nieuwe mogelijkheden, nieuwe spelers en nieuwe terminologieën. Mocht u het bos niet meer door de bomen zien dan overloop ik met u graag even enkele belangrijke termen uit het lexicon van de online advertising.

Lexicon

Affiliate – Website die uw advertentie vertoont. Deze websites hebben zich ingeschreven bij een regie als bereidwillig om advertenties van derden in allerhande vormen op te nemen. Affiliates worden betaald volgens een bepaald prijsmodel (zie ook lager).

Banner - Afbeelding (al dan niet geanimeerd) met bestandstype jpg, gif of swf. Doorgaans 468 x 60 pixels groot. Geldt reeds sinds de jaren negentig als dé standaard voor online reclame.

Content network – U kan gaan adverteren op basis van de inhoud van de sites waarop uw banner verschijnt. Concreet komt het erop neer dat als u bijvoorbeeld harken verkoopt, uw advertentie dan ook op websites zal verschijnen die over tuinieren of onkruid wieden gaan.

CTR – Click Trough Rate, het aantal keren dat een bezoeker doorklikt per aantal vertoningen van een advertentie. Wordt doorgaans uitgedrukt in procenten. Als een advertentie 100 keer vertoond wordt, en er wordt op die honderder vertoningen 5 keer op geklikt dan bedraagt de CTR 5%.

Geotargetting – Met geotargetting kan u voor een bepaalde regio gaan adverteren. Aan de hand van de technische gegevens van de internetverbinding kan bepaald worden van waaruit de surfers een website bekijken. Zo kunnen bijvoorbeeld alleen Antwerpse, Vlaamse, Belgische of Europese surfers uw doelgroep worden zodat bijvoorbeeld de banner van uw lokale zaak niet in Mexico vertoond wordt zonder nut.

Hits - Hits worden gebruikt om het aantal bezoeken op een pagina uit te drukken. Technisch gezien wil het eigenlijk vooral zeggen “het aantal keren een bestand bekeken/gedownload wordt van de server”. Het aantal hits staat niet noodzakelijk gelijk aan het aantal bezoekers.

Impression – Een impression is een vertoning van een advertentie.

Keywords – Keywords zijn bepaalde termen of woorden die van belang zijn voor uw advertentie. Door deze woorden verstandig te kiezen, evalueren en koppelen aan uw advertentie kan u bezoekers relevante advertenties voorschotelen en zo uw doelgroep beperken tot diegene die werkelijk op zoek gaat naar wat u te bieden heeft.

Landingpage – De pagina waarop een bezoeker uitkomt wanneer hij uw advertentie aanklikt. Het is van enorm belang dat uw landingspagina relevant is voor uw advertentie. Als u adverteert voor een bepaald product of dienst op uw website, kan je bezoekers niet zomaar naar de homepage leiden in uw advertentie want dan moet deze binnen uw website nog eens op zoek naar datgene dat hij eigenlijk al dacht gevonden te hebben.

Lead – Een bezoeker die de intentie heeft via een advertentie op uw website tot een actie over te gaan (aankoop, registratie, …).

Peel – Een peel-ad is een dynamische advertentie die momenteel sterk opkomt, waarbij adhv een flash-filmpje de rechterbovenhoek van uw website een geplooid driehoekje vertoont (alsof u een bladzijde kan omslaan). Wanneer de bezoeker zijn cursor over het “ezelsoor” beweegt plooit deze verder open en krijgt hij de eigenlijke advertentie te zien.

Popup/Popunder – Een nieuw venster dat geopend wordt bovenop of onder het browservenster van de bezoeker. Wordt als geweldig opdringerig en irritant ervaren door surfers en wordt bijgevolg alsmaar minder gebruikt door adverteerders.

Skyscraper – Type banner die verticaal geplaatst wordt op een website, vaak naast de content of zelfs het contentgedeelte van de website. Groot, opvallend, maar alsmaar bekender.

Prijsmodellen

Wanneer u online gaat adverteren en hiervoor een budget uitwerkt is het van belang rekening te houden met de aangeboden programma’s bij uw regie of provider. De verschillen zijn soms subtiel, maar het ene prijsmodel is voor uw merk allicht beter geschikt dan het andere.

CPM – Cost Per Mille, kost per duizend impressies. In principe betaalt u per duizend vertoningen van uw advertentie. Grote websites (vaak voorzien van reclame aangeboden door regieën met meerdere grote sites in de portefeuille) krijgen soms duizenden bezoekers per dag. Dat wil zeggen dat uw advertentie dus even vaak vertoond wordt, maar daarom niet noodzakelijk aangeklikt of zelfs bekeken wordt.

CPC – Cost Per Click, kost per klik. Bij CPC-advertenties betaalt u per keer uw advertentie aangeklikt wordt. Uw reclameboodschap kan dus meerdere honderden keren vertoond worden, maar slechts enkele tientallen malen worden aangeklikt. In dit geval betaalt u dus enkel voor de keren dat uw advertentie wordt bekeken én er doorgeklikt wordt naar uw landingpage.

CPA – Cost Per Action, kost per actie. Deze vorm van advertenties betekent het laagste risico voor adverteerders omdat u alleen betaalt wanneer uw bezoeker via een advertentie op uw site terecht komt en daar eveneens tot een vooraf gedetermineerde actie overgaat (een aankoop doet, zich registreert, zijn contactgegevens achterlaat, enz). Tevens het minst aangeboden prijsmodel wegens lagere opbrengsten voor de websites die uw advertentie plaatsen.

reacties op dit artikel

uw reactie