Web 2.0: marketinghype of internetrevolutie?

gepubliceerd door Stef Verbeeck op 16 August 2006 - 0 reacties

U wordt er steeds meer her en der mee rond de oren geslagen en de term is goed op weg één van de hypes van 2006 te worden: Web 2.0. Stef Verbeeck onderscheidt de marketingstunt van de werkelijkheid en legt u uit wat nu net bedoeld wordt met de toekomst van het internet zoals we het kennen.


In de herfst van 2001 werd met het barsten van de zogenaamde dotcom-zeepbel plotsklaps pijnlijk duidelijk dat het internet misschien niet de economische revolutie betekende die iedereen ervan verwacht had. Volgens de wereldvermaarde uitgever van ITC-publicaties O’Reilly had het web en de interactie tussen de gebruikers ervan nog niet bewezen wat het kan en daarom lanceerden zij in 2004 de eerste “Web 2.0 conferentie”. Aan de hand van gesprekken en brainstormsessies bleek toen dat het web een enorme evolutie doormaakte in haar korte bestaan, een evolutie die de wannabe’s van de echte sterkhouders zou scheiden.

Bij O’Reilly zelf geven ze er de uitleg aan dat ze deze evolutie analyseren aan de hand van voorbeelden, wat hen in staat stelt sites en innovaties op het internet te catalogiseren onder Web 1.0 en Web 2.0. Volgens hen is internetgigant Google het ultieme voorbeeld van een Web 2.0-concept: nooit te koop aangeboden in een mooie verpakking, altijd als een reeks van gratis diensten aangeboden via het wereldwijde netwerk, gekend door elke Jan met de Pet en vooral beursgenoteerd miljardenconcern.

Verder toont O’Reilly aan dat websites onder de Web 2.0 standaard vederlicht horen te zijn, compatibel met elke browser en elk platform en vooral verrijkend moet zijn voor de veeleisende surfer die tevens een essentiële rol speelt bij het succesverhaal door zelf bij te dragen tot de inhoud en de ervaring van de site. Als voorbeeld wordt het concept van Wikipedia, de online encyclopedie waaraan gebruikers informatie toevoegen, erbij gehaald tegenover de Web 1.0 versie van de online kennis door middel van de Encyclopedia Brittanica. Een ander voorbeeld is het systeem van Peer-to-peer, waarbij muziek, films, software en dergelijke meer (vaak illegaal) van eigenaar wisselen dankzij een ingenieus stukje software dat anoniem downloaden mogelijk maakt vanaf de computer van een andere gebruiker. U merkt het: uw aanwezigheid op het internet als dagelijks gebruiker betekent in de nabije toekomst het succes van bedrijven die online actief zijn. De revolutie schuilt in het principe dat de gebruikers het internet als een interactief platform gaan zien eerder dan als een verzameling van porno, spam, illegale mp3′s, virussen, popups en enkele verdwaalde websites die het bezoeken waard zijn.

Als ik O’Reilly mag geloven, komt het er in het kort op neer dat men stilaan evolueert naar een internet waar wordt nagedacht over de sociale en technische impact van een website vooraleer deze gelanceerd wordt. Elk stukje code moet gevalideerd zijn zodat iedereen er gebruik van kan maken, de waarde van de community als globale virtuele hippiegemeenschap stijgt zienderogen en elke tienjarige wordt geacht zijn emoties, kennis, foto’s, dagboeken, muziekvoorkeuren, bookmarks en schoenmaat met de rest van de mensheid te delen op zijn blog.

Ik meen na 8 jaar ervaringsdeskundigheid op het internet toch te mogen stellen dat het vage concept van Web 2.0 mij eerlijk gezegd oude wijn in nieuwe zakken lijkt. De term en de bijhorende psychologie wordt langzaam maar zeker door bedrijven als Yahoo! en het geweldig populaire MySpace ingelijfd als marketingstunt en ten behoeve van hun aandelenkoersen verkocht als revelatie van het decennium. Verder wordt het wel heel gemakkelijk aangewend om nieuwere technologieën als AJAX en Ruby on Rails te promoten bij de technische helden van vandaag, in de hoop ze even populair te maken als PHP en ASP.net.

Het is een relatief veilige conclusie als we stellen dat Web 2.0 momenteel vooral gebruikt wordt om alles te omschrijven wat hip en succesvol is op het wereldwijde web. Dat is natuurlijk handig meegenomen voor de internetmiljonairs van morgen, die vandaag bij de bank langsgaan om een investeringskrediet los te peuteren voor hun Web 2.0 website. Laat ik als CEO van Twizted even duidelijk maken wat wij hier in Antwerpen begrijpen onder de internetrevolutie van het jaar: alle mogelijke inspanningen leveren om een voor de gebruiker zo aangenaam mogelijk platform te ontwikkelen, dat niet enkel leuk is om naar te kijken maar ook nog gewoon datgene biedt waarvoor hij eigenlijk gekomen was. Want dát lijkt me de essentie te zijn van het internet, niet?

reacties op dit artikel

uw reactie